Overzicht alle verhalen

Tags Alfabetisch Nieuwste

Moeten

17-11-2013

Wat is het verschil nu helemaal.

Wat is het verschil nu helemaal.

/ /

17-11-2013

De toeristen begrepen maar weinig van het verkeer en versperden het wegdek van de hele brug. De fietsers zochten hun weg tussen de fotograferende figuren door, sommigen lieten hun irritatie duidelijk merken, anderen gingen blijmoedig voorwaarts. Nu kwamen er ook fietsers van de andere zijde. Twee dames botsten bijna op elkaar. Een oudere dame met een brilletje met kogelronde glazen en een jongere vrouw van begin de dertig, met een warrig kapsel en parels in haar oren. 

‘U moet rechts fietsen!’ Riep de dame in bekakt Nederlands. 

‘Ik had het graag gedaan, maar er liepen allemaal mensen’ zei de andere dame terwijl ze gebaarde naar de voetgangers om hen heen.

‘Dan moet u bellen!’

‘Bellen?’

De vrouw demonstreerde het op haar eigen fietsbel. Driftig belde ze een paar keer achterelkaar. ‘Dat moet u doen.’

‘Nou, dat heb ik dus niet gedaan.’

‘Dat blijkt.’

 

De andere vrouw zweeg. Hierop stapten ze op hun fiets en begonnen ze elk in hun eigen richting weg te rijden, deze grap had al teveel tijd gekost. De jonge vrouw was haast aan het einde van de brug toen ze zich bedacht.

 

Ze keerde om en fietste ze snel ze kon achter de dame met het brilletje aan. ‘Mevrouw, mevrouw!’  riep ze. De dame met de bril keek om en stopte toen ze zag dat het de vrouw van zojuist was. ‘Komt u uw excuses maken?’ De jonge vrouw schudde haar hoofd, ‘nee natuurlijk niet’. ‘Nou, dat zou anders wel gepast zijn’ zei de dame met het brilletje, ‘maar dat zou ik u helemaal niet moeten vertellen, dat zou u moeten begrijpen.’  Ze verplaatsten zich naar de stoep.

 

‘Ik wilde u nog even zeggen dat ik helemaal niks moet. Of eigenlijk, ik moet al genoeg. En ik ken u nu misschien vier minuten en ik moet al zoveel. Ik moet rechts fietsen, bellen, mijn excuses aanbieden..’

 

‘Zo is het leven nu eenmaal- veel moeten en zo nu en dan een borrel’

 

‘Is dat hoe u ermee omgaat?’

 

‘Dat is hoe iedereen ermee omgaat.’

 

‘Ik ben al dat moeten een beetje beu.’

 

‘Nou, dan doet u het niet en dan kunt u intrek nemen onder de brug waar u mij zojuist bijna ondersteboven heeft gereden. Dan moet u helemaal niks, behalve ontlasten in de gracht.’

 

De jongere vrouw dacht even na. ‘Maar u wílt toch ook wel dingen, of is alles moeten?’

 

De dame glimlachte weemoedig. ‘Ach, kind, wat is het verschil nu helemaal. Vanaf het moment waarop een mens tamelijk comfortabel leeft, met een woning, voldoende voedsel en kledij- alles vanaf dat moment, kent het geen wezenlijk verschil tussen moeten en willen. We doen het onszelf allemaal aan, zoveel is zeker.’

 

De jongere vrouw dacht hard na over waarom ze ook alweer achter de dame was aangekomen, wat ze had willen zeggen, wat het probleem was geweest. De dame vatte het zwijgen als een aanmoediging op en ging door met praten.

 

‘Is het vrijheid om iets te willen? Wat voor gevoel geeft verlangen aan u? Is verlangen niet net zo dwingend als het gevoel iets te moeten?’

 

De vrouw knikte bedremmeld.

 

‘Goed’ zei de dame, ‘ik was op weg naar mijn vaste café, doet u er eentje mee? Maar voelt u zich vooral niet verplicht.’

 

Blini

13-10-2013

Het drankgebruik was wat aan de ruime kant.

Het drankgebruik was wat aan de ruime kant.

/ / /

13-10-2013

Het was een regenachtige zondagochtend waarop de twee kinderen besloten het niet langer te accepteren. Jonas, negen jaar oud, sprak zijn zusje Jula, zeven en een half, ernstig toe. ‘Elke dag van ons leven hebben ze gecontroleerd, hebben ze ons als kinderen behandeld, hebben ze gedaan alsof wij er niks mee te maken hadden. Hebben ze gedaan alsof wij bepaalde dingen niet zouden begrijpen en hebben ze alles gegeven om ons ook in het keurslijf dat de maatschappij heet, te duwen. Maar wij doen er niet meer aan mee, hoor je me Jule?’

 

Jule wreef wat slaperig in haar ogen en keek haar broer daarna ernstig aan. ‘Mag mijn haar dan ook kortgeknipt?’ Jule had goudblond haar tot halverwege haar rug. Ze droeg het in twee lange vlechten, die alleen gemaakt konden worden na lange sessies haren kammen, die vaak in gehuil eindigden. 

 

‘Ja,’ sprak haar broer, ‘natuurlijk mag je haar dan ook kort.’ Jule grijnste bij het vooruitzicht. ‘Dan doe ik mee.’

 

Hun ouders lagen nog in bed, de zondagochtend mochten de kinderen zelf naar beneden de televisie aanzetten en kijken wat ze wilden. Zondagmiddag waren er meestal borrels in de buurt. De wijk was bewoond door allerlei ouders zoals die van Jonas en Jule. Die namen hun kinderen ook mee, en die speelden met Jonas en Jule. De borrels liepen nogal eens uit en daarom waren alle kinderen uit de wijk op maandagochtend moe in de klas. Maar daar waren de volwassenen niet mee bezig. Zij gooiden zo nu en dan een fles cola of slakom vol frietjes de kinderkamer in, waar de kinderen dan films keken of spelletjes speelden op hun playstations, wii’s, ipads, nintendo’s of telefoons. Soms stuurden de kinderen iemand naar beneden voor ijs, koek of meer batterijen.

‘Wat spelen ze toch leuk met elkaar,’ verzuchtten de moeders met de vierde bel rosé in hun handen. ‘Veel makkelijker dan thuis’ beaamden de anderen. Sinds de vader van Benthe en Yaël een wijnkelder had laten aanleggen was het drankgebruik van de ouders wat aan de ruime kant te noemen. De eerste keer dat de kinderen in de gaten hadden dat er vreemde dingen gebeurden, was een paar maanden geleden. De moeder van Caesar legde haar mobiele telefoon in de keukenla van de vader van Elodie-May. ‘Kan ik hem later weer komen ophalen’ had ze erbij gefluisterd in het oor van de vader van Elodie-May. Hij had een tevreden knorgeluidje gemaakt. Dit schouwspel werd allemaal gade geslagen door Jonas die toevallig achter het kookeiland op de grond lag, op zoek naar de vierde controller van de wii.

Eenmaal terug bij de andere kinderen (de controller lag  uitiendelijk tussen de kussens van de bank) deed hij uitgebreid verslag. Elodie-May ging hartverscheurend huilen en plaatste een aantal emotionele tweets en zelfportretten online. Caesar bleef naar zijn schietspel kijken terwijl hij zo nu en dan wat mompelde over ‘die vieze hoer’.

Dit was nog maar het begin geweest, vele incidenten volgden.

De moeder van Benthe en Yaël was opgehouden met eten, ze dronk alleen nog maar groen sap en champagne. Ze had haast dezelfde maat als haar elfjarige dochter, en greep elke gelegenheid aan hierover te praten. De vader van Jonas en Jule had drie mobiele telefoons die elk moment af konden gaan. ‘Hij werkt nu eenmaal heel hard’ zei hun moeder altijd. Hij was ook niet altijd aanwezig op de borrels. Dan dronk hun moeder zoveel rosé dat ze nu al twee keer had gekotst in de hoek van de tuin, waarvan een keer over het konijn dat de kinderen jaren geleden hadden gekregen en maar niet dood ging. 

Dan was er het gedoe met de traktaties op school. Vera was nog steeds woest op haar ouders, die schaaltjes met blini’s met crème fraîche hadden georganiseerd. De kaviaar kon niet achterblijven en daarom was Vera in een vissenpak gehesen met een holte vooraan. Daarin de kaviaar die door haar moeder met een paarlemoeren lepeltje werd opgediend. Vera’s moeder was als zeemeermin verkleed gegaan en Vera’s vader als piraat. Hij moest Vera dragen omdat het vissenpak te strak was om in te lopen.  De dagelijkse vernedering die Vera sindsdien nog meemaakte stond in schril contrast met het geflirt waar haar moeder mee bezig was, zij had een verpletterende indruk gemaakt op veel van de vaders op het schoolplein. ‘Maar die borsten, die heeft ze van mij’ riep haar vader altijd in gezelschap. Vera was een van de meer op wraak beluste kinderen uit de wijk. Iedereen begreep dat. 

Het was half vier en de woonkamer begon vol te lopen. De kinderen drentelden normaal gesproken een beetje rond totdat ze naar boven werden gestuurd. Vandaag was het anders. Jonas had alle kinderen in de groepsapp een bericht gestuurd en zwijgend verdwenen de kinderen achter elkaar naar boven waar ze in een kring op de grond gingen zitten.  

[wordt vervolgd]

Tomaten

30-09-2013

‘We eten toch tomatensoep vooraf?'

‘We eten toch tomatensoep vooraf?'

/ /

30-09-2013

‘Het zijn de kleine dingen die je vertellen hoe iemand in elkaar steekt.’ Het mooie meisje pakte een plastic zakje en begon het met sperzieboontjes te vullen. Ze was erg zorgvuldig, ze pakte maar een paar boontjes per keer, bekeek ze nauwkeurig en zo nu en dan gooide ze er een lelijk boontje uit.

‘Hoe bedoel je?’ Haar vriendin keek ongeduldig naar het boontjesproces en pakte toen haar mobiel uit haar grote leren tas. ‘Alweer een gemiste oproep, echt om gek van te worden, ik hoor dat ding nooit. Maar als het belangrijk is, bellen ze wel terug.’ Ze stopte haar telefoon in haar leren jasje dat erg strak zat. Ze was niet onknap, maar wel een stuk minder feeëriek dan haar vriendin die nu bijna klaar was met die verdomde boontjes.

 

‘Nou, wat je nu net zegt, over dat terugbellen. Dat is precies wat ik bedoel.’

 

‘Hoe bedoel je?’

 

‘Nou, dat maakt duidelijk wat voor soort mens je bent, hoe je in elkaar zit. Je bent bijvoorbeeld chaotisch.’

 

‘Maar dat weet je toch gewoon van me? Dat heeft toch niks met die telefoon te maken?’

 

Het mooie meisje begon nu tomaten uit te zoeken. ‘Juist wel, eerst zit je telefoon in je tas, dan in je jas, en je hoort het niet wanneer je gebeld wordt. Ik durf te wedden dat je niet eens je eigen beltoon zou herkennen.’ Het mooie meisje glimlachte.

 

‘Hoeveel tomaten denk je eigenlijk mee te nemen zeg, we zijn maar met z’n viertjes hoor,’ zei de vriendin, een beetje kribbig nu. 

 

‘We eten toch tomatensoep vooraf?’

 

‘Jezus, maak je die echt van tomaten? Ze hebben hier gewoon blikken hoor, of zakken of glazen potten, het is 2013.’

 

‘Kijk, dat bedoel ik nou. Nu leer ik weer je ware persoonlijkheid kennen, het zijn de kleine dingen.’ Het mooie meisje ging door met het sorteren van de tomaten.

 

‘Ja, ik ben inderdaad een praktisch ingesteld mens. Zo kom je daar achter, ja.’ Driftig probeerde de vriendin de tomaten weer uit de zak te halen, maar het mooie meisje hield de zak met een serene glimlach zo ver mogelijk van haar vandaan.

 

‘Nou, je zult vast ook je praktische kanten hebben, maar liefje, dat is niet waar we nu tegenaan lopen.’

 

‘Noem me geen liefje,’ siste de vriendin.

 

Het mooie meisje  liet zich niet uit het veld slaan, de tomaten waren uitgezocht en het zakje werd in het mandje gelegd. ‘Ik denk eigenlijk dat we hier tegen nog een aantal eigenschappen aanlopen. Je kunt zeggen: ze is praktisch ingesteld. Maar eigenlijk getuigt je gedrag toch meer van luiheid en laksheid, beetje hedonisme, en dan nog..’

 

‘Wat dan nog?’ De vriendin keek woest.

 

‘Ik zeg dit als een vriendin, begrijp me niet verkeerd.’

 

‘Wat dan nog? Wat heb je nog meer weten op te maken tijdens deze analytische boodschappentocht?’

 

‘Hmm, ik bespeur een beetje vijandigheid.’

 

De vriendin pakte het zakje tomaten uit het mandje. ‘Zou het?’

 

‘Ja, ik denk dat het komt doordat ik zo dicht op de kern zit, dat kan heel confronterend zijn, voor veel mensen.’

 

Met een zwaai gooide de vriendin het zakje tomaten op de grond. ‘Zou het?’

 

‘Wat doe je nu?’ Het mooie meisje keek met grote ogen naar haar vriendin.

 

‘Zeg jij het maar, jij weet het toch allemaal zo goed te duiden?’ Met haar rechtervoet stampte de vriendin nu op het zakje tomaten. ‘Jij weet het toch allemaal zo goed? Wat zegt dit over mij, over deze tomaten, over het fucking heelal?’

 

Het mooie meisje keek naar haar vriendin. ‘Nu doe je een beetje raar, dat lijkt me niet nodig. Ben je bijna klaar?’

 

Een paar mensen keken meewarig naar de vriendin die op de tomaten stond. Toen de blikken te erg begonnen te prikken stopte ze met stampen. Samen met het mooie meisje pakte ze de laatste boodschappen. Er waren veel aanbiedingen. Ook de geplette tomaten rekenden ze af. Dat moest van het mooie meisje. Maar wat dat dan weer zei over het mooie meisje, daar brandde de vriendin haar vingers niet aan.

Wachten

18-09-2013

Leuk mens, maar ze verlelijkt met de dag.

Leuk mens, maar ze verlelijkt met de dag.

/ / /

18-09-2013

‘Alles wordt alleen maar erger’ zei de vrouw met het hondje.

‘Veel erger.’ De man met de snor bromde instemmend.

 

Ze waren te vroeg bij de bushalte omdat de dienstregeling was veranderd. Daar had niemand ze iets over verteld. Ze waren allebei zo tussen de vijftig en de zestig en hadden een blik in hun ogen waaruit bleek dat ze wisten hoe de wereld in elkaar zat.

 

‘Niet dat het vroeger beter was’ vervolgde ze.

 

‘Maar minder slecht’ vulde de man met de snor aan.

 

‘Precies.’ Het hondje likte aan de handen van de vrouw.

 

‘Weet u waar het al

helemaal niet te doen is?’ 

 

‘Den Haag.’ Zei de vrouw.

 

Het begon te regenen.

 

Aan de overkant van de straat duwde een magere vrouw met zwarte kringen onder haar ogen een tweelingwandelwagen voort. De kinderen krijsten de longen uit hun lijf vanonder het plastic dat over de kar gespannen was. Pas toen ze de hoek om was verstomde de herrie.

 

‘Heeft u kinderen?’ vroeg de man met de snor.

 

‘Ja, twee. Een dochter en een zoon. ‘ De vrouw haalde twee pasfoto’s uit haar portefeuille. Grote bleke gezichten keken in de camera. ‘Dat is Miranda, zij is getrouwd en heb twee kindjes. En dat is mijn zoon Marcel, hij is net gescheiden. Jammer hoor, was een leuke meid.’  Ze stopte de foto’s weer terug.

 

‘Hij heeft geen kinderen?’

 

‘Nee, ze waren veel te druk met hun bedrijf, en nu zij weg is, doe ik haar werk.’

 

‘Wat voor bedrijf was dat dan?’

 

‘Daar kan ik niet teveel over zeggen. Het is met planten. En u? ook kinderen?’

 

‘Nee, wel een vrouw. Leuk mens, maar ze verlelijkt met de dag, dat wel.’

 

‘Met de dag?’

 

‘Ja, het is echt ongelofelijk. Elke ochtend bij het wakker worden denk ik: wat zal het nu weer zijn. Welke groeven zullen zich nu in haar kop hebben genesteld?’

 

‘Is het echt zo erg?’

 

‘Mevrouw, anders zou ik het niet zeggen. Ik weet in elk geval wel zeker dat andere mannen met hun tengels van d’r afblijven. Ik raak d’r zelf al niet veel meer aan. Nou, dat was twintig jaar geleden wel anders hoor, de hele buurt keek als zij door de straat liep. Maar toen begonnen we een eigen zaak, en je kent dat wel, dan gaat het hard.’

 

‘Wat voor zaak heeft u?

 

‘Daar kan ik ook niet zoveel over zeggen. Een soort incassobureau met onmiddellijk resultaat, zo noem ik het graag.’

 

‘Daar werken wij ook weleens mee. Maar laatst liep het een beetje uit de klauwen. Viel er niks meer te incasseren en was ons mannetje gelijk voor drie maanden opgeborgen.’ Vertelde de vrouw terwijl ze het hondje aaide. 

 

‘Ik denk dat ik weet met wie u in zee bent gegaan, was het schele Cor? Maakt niet uit, daar kunt u natuurlijk niks over zeggen. Wat mij meer interesseert, heeft u nog groen op voorraad misschien? Ik ga een paar daagjes met wat vrienden naar zo’n Center Parcs huisje, om te ontspannen weet u wel.’ Zei de man met de snor. 

 

‘Hoeveel heeft u nodig?’

 

‘Grammetje of honderd, misschien.’

 

‘Och jongen toch’ zei ze, terwijl ze in haar handtas rommelde.

 

Ze gaf hem een groen bolletje wol. ‘Het zit erin, gewoon netjes afwikkelen en dan heb je het. Ik zou de wol wel graag terug hebben, ik brei een sjaal voor Marcel namelijk, en die jongen heeft echt een stierennek,  dat is me wat.’

 

‘Wat wilt u ervoor hebben?’

 

‘Ach’ zei de vrouw, ‘helemaal niks, iedereen heeft toch een mazzeltje nodig op z’n tijd. Maar die wol kun je gewoon afgeven bij de hondentrimsalon bij de brug, daar ben ik elke week.’

 

De bus was er. Ze stapten in en gingen ver van elkaar vandaan zitten. Ze waren mensen die wisten hoe de wereld in elkaar zat. 

Donderdagochtend

12-09-2013

Weet je wat je eens zou moeten proberen?

Weet je wat je eens zou moeten proberen?

/ / /

12-09-2013

‘Heb je weleens door je oog gedronken?’ Vroeg de jongen met het petje aan zijn vriend. Ze hadden allebei broeken aan die zo laag op hun heupen hingen dat hun boxershorts zichtbaar waren en het net leek alsof ze hele korte beentjes hadden. Het speelveldje waar ze stonden was verlaten, wat niet verwonderlijk was voor een donderdagochtend half tien.

 

‘Wat?’

 

‘Nou, door je oog. Dan gaat de alcohol gelijk je bloedbaan in.’

 

‘Heb jij  dat gedaan?’

 

‘Nee man.’

 

‘Hoezo niet?’

 

‘Ik wil mijn drank graag proeven.’

  

Ze barstten in lachen uit.

 

‘Okee, dat is niet waar. Maar ik heb een fobie voor iets in mijn oog.’

 

‘Hoe bedoel je?’

 

‘Ik wil gewoon geen shit in mijn oog.’

 

Dit antwoord was voldoende voor de jongen zonder petje.

 

‘Wil je smoken?’ Vroeg hij.

 

Dat wilde de jongen met het petje wel.

 

Een auto reed stapvoets langs het pleintje en kwam toen tot stilstand. Het raampje aan de bestuurderskant ging langzaam naar beneden. Een magere jongen met een gouden ketting om en en een zonnebril op stak zijn hoofd naar buiten. ‘Gasten, weten jullie waar hier ergens een tuincentrum zit?’

 

‘Bedoel je een intratuin ofzo?

 

‘Ja.’

 

‘Vlakbij, je moet gewoon rechtdoor vanaf de hoofdstraat en bij het kruispunt rechts.’ zei de jongen met het petje. 

 

‘Mag ik ook eens?’ Vroeg de magere jongen terwijl hij naar de joint wees.

 

De jongen zonder petje aarzelde.

 

‘Dan geef ik je er een slok voor terug.’ De magere gaf een platvink aan.

 

Ze staken gelijk over.

 

‘Maar  één slok, want er zit wel kwaliteit in, je weet toch.’

 

Ze knikten alledrie ernstig om zo het belang van kwaliteit nog maar eens te benadrukken.

 

‘Je dope is dope’ zei de jongen in de auto.

 

‘Je drank ook’ mompelde de jongen zonder petje.

 

‘Weet je wat je eens zou moeten proberen’ zei de magere jongen terwijl hij nogmaals inhaleerde, ‘via je oog.’

 

‘Wow, dude, dit is echt te bizar- we hadden het er net nog over en nu kom jij met hetzelfde!’ Zei de jongen zonder petje enthousiast.

 

De magere jongen kwam nu uit de auto, hij was niet allen heel dun maar ook erg lang, eigenlijk was hij een soort sprinkhaanachtige verschijning. Hij had een wijd wit t-shirt aan met de tekst WTF AKA YOLO. In zijn mondhoek nog steeds de joint.

 

‘Kom, ik help je even, buig maar met je hoofd naar achter.’

 

De jongen zonder petje deed zijn hoofd naar achter.

 

‘En nu je ogen open.’

 

Hij deed zijn ogen open.

 

De magere jongen pakte de platvink en goot in beide ogen een scheutje drank.

 

‘Holy fuck, G! What the fuck gebeurt hier- het prikt, het prikt echt zo fokking erg!’ schreeuwde de jongen.  Met zijn handen voor zijn ogen zakte hij ineen op het veldje.

 

De jongen met het petje keek hoofdschuddend naar zijn vriend die nu om water begon te roepen. ‘Ik zei toch, je moet gewoon geen shit in je oog doen.’

 

De magere jongen keek naar de jongen met het petje. ‘ Klopt.’ Hij gaf de joint terug en stapte weer in zijn auto. Rustig reed hij naar het tuincentrum, onderweg gaf hij iedereen voorrang. 

Cannelloni

02-09-2013

Alles heeft een reden toch?

Alles heeft een reden toch?

/ /

02-09-2013

Het was niet zijn bedoeling geweest het zover te laten komen.

Ze waren al een flinke tijd samen, maar het was pas sinds enkele maanden dat Edgar zijn vriendin begon te haten. Hij was onvoorstelbaar verliefd op haar geworden zeven jaar geleden, op een feestje van vrienden. Ze was mooi, slim en spontaan geweest. Nu bleef hij overwerken om maar niet thuis te hoeven zijn. Zijn carrière leed er in elk geval niet onder, sterker nog, hij klom sneller dan ooit.

Gepiep van zijn telefoon klonk, hij was niet verrast. Elke dag smste ze hem rond dit tijdstip. Dan was ze thuis van haar werk, had ze een kop thee gedronken en was ze weer klaar om hem lastig te vallen. Met boodschappenlijstjes, data voor etentjes met haar saaie vrienden of met nog een laatste punt in de discussie die ze dan een dag eerder hadden gevoerd. Van die berichten waarin stond: ‘Ik had het er nog over met Mel en zij vond ook dat ik gelijk heb.’ Of: ‘kijk maar op Wikipedia, Renee Zellweger  speelt wel in Cold Mountain.’ Of: ‘Koop je nog even diepvriesspinazie, maar niet die vieze die je vorige keer mee had genomen.’

Vandaag stond er iets anders. ‘Half 9 Giovanni Pizza?’ Het was lang geleden dat ze uit eten waren geweest en nog langer dat ze bij Giovanni Pizza hadden gegeten. Hij ging akkoord, een karafje steenkoude rode huiswijn zou de situatie waarschijnlijk meer goed dan slecht doen, schatte hij in. Hij smste dat het goed was en werkte nog even door.

Hij was 8 minuten te laat, maar dat was meestal zo. Haastig kwam hij het restaurant binnen, het interieur was nog precies hetzelfde als vroeger.  Er hingen visnetten aan het plafond en er stonden pilaren van gips voor de ramen. De serveerster was ook nog steeds dezelfde en nam zijn jas aan.

Edina zat al aan een tafeltje in de hoek.  Ze keek even op en las daarna verder in het vrouwenblad uit de leesmap die in de vensterbank lag. Hij gaf haar een kus op de wang en zei: ‘je ziet er mooi uit.’ ‘Leugenaar,’ zei ze terug.

De menukaarten werden gebracht, ze keken erin voor de vorm, ze aten altijd hetzelfde als ze in een Italiaans restaurant waren. Hij pasta met kip en pesto en zij cannelloni. Een karaf huiswijn werd snel gebracht. Edina was intussen aan het brood met kruidenboter begonnen.

Het gebrek aan zelfbeheersing maakte Edgar woest van binnen.

Waarom jezelf vol stoppen met ongezond en goedkoop eten als je weet dat er zo dadelijk eten wordt gebracht waar je wel om hebt gevraagd? Dit gesprek hadden ze al vele malen gevoerd met nogal onbevredigende eindes, dus besloot Edgar al deze gedachtes in stilte voorbij te laten gaan. 

 

‘Weet je waarom we hier zijn?’ Vroeg Edina met volle mond.

 

Hij schudde zijn hoofd. ‘Nee, Edina dat weet ik niet.’

 

‘Noem me geen Edina.’

 

‘Maar je heet Edina.’

 

‘Rot toch op, je doet het alleen maar om mij te pesten.’

 

Het eten werd op tafel gezet. Ze aten zwijgend.

 

Edina hervatte het gesprek wederom met volle mond.

 

‘Nou, ik had bedacht- alles heeft een reden toch?’

 

Edgar knikte voorzichtig, hij wist niet waar ze heen wilde, maar de manier waarop ze tegenover hem zat, beviel hem helemaal niet. Ze leek op een dikke valse kat, klaar om toe te slaan.

 

‘Okee, hoe ga ik dit zeggen. Hmm, nee ik doe dit anders… Geef me vijf redenen waarom je bij mij bent.’

 

Nog zoiets irritants, dat ze hardop zichzelf in de rede viel. Concentreer je dan gewoon een beetje, dacht hij altijd. En dan deze vraag als uitsmijter. Hij slikte.

‘Nou, ik denk dat we samen…’

 

‘Waarom je bij MIJ bent’ siste ze over de tafel.

 

Razendsnel dacht Edgar na. Soms was aanval de beste verdediging. ‘Als je dat nog aan me moet vragen, kan ik beter vragen waarom jij bij mij bent’ kaatste hij terug. Snel nam hij een slok wijn.

 

Edina deed alsof ze gaapte. De half gekauwde cannelloni lagen nog in haar mond.

 

Hij begon haar niet te haten, besefte hij nu. Hij haatte haar al. Hartstochtelijk.

 

‘Dan is het vast sadomasochisme’ zei hij daarna zachtjes. Hij was zo moe dat hij niet eens wist of het waar was.

 

Haar ogen werden kleine spleetjes. ‘Sukkel’ zei ze terwijl ze haar bestek in haar eten legde en de dessertkaart van de naastgelegen tafel pakte. Nog zoiets, dacht hij. Nooit je hoofdgerecht opeten, maar wel een toetje bestellen. 

 

‘Jij iets toe?’

 

Hij schudde zijn hoofd.

 

‘Voor mij een grand dessert en een Irish coffee en voor hem een espresso met een glaasje kraanwater.’ Zei Edina geroutineerd tegen de serveerster.

 

Het grand dessert en de koffie kwamen tegelijk. Vol afgrijzen keek Edgar naar de berg ijs, room, koek en pudding waar zijn vriendin nu aan begon. Ze schoof het bord naar het midden van de tafel, maar hij wilde niet proeven, nee, ook geen hapje. Hij dronk zijn espresso op en keek haar aan. Ze had chocolade op haar wang en schraapte het kommetje panna cotta uit alsof het de laatste panna cotta op aarde was. Uit de speakers klonk voor de derde keer vanavond o sole mio. Ze verdienden deze tent, bedacht hij terwijl hij met zijn suikerzakje speelde. Hij had beter kunnen overwerken.  

 

Edina legde haar lepel neer. Edgar keek op, ze keek hem recht aan.

 

‘Ik ga dood Edgar.’

 

Hij versteende. De espresso, de pasta, de kip, de wijn en de pesto, hij proefde alles opnieuw maar dan bitter, verzuurd.

 

‘Hoe bedoel je je gaat dood? Zulke dingen kun je niet zomaar zeggen, hoe bedoel je, je gaat dood?’

 

Edina keek hem nog steeds aan, de chocolade nog op haar wang.

 

‘Ik was vandaag bij de dokter. Het is helemaal niet goed, Edgar.’ Ze huilde nu.

 

Edgar keek verdwaasd om zich heen. De vrouw die hij haatte, dit slechte restaurant, de te koude wijn. Hij wist dat hij het allemaal nodig had gehad, en nog steeds. Met trillende handen gaf hij zijn creditcard aan de serveerster.

 

Een paar maanden kreeg hij om vast te houden wat hij steeds weg had willen duwen, maar eigenlijk was het al verloren daar, tijdens het grand dessert bij Giovanni Pizza.

 

 

Passend

27-08-2013

Nergens vond hij wat hij zocht.

Nergens vond hij wat hij zocht.

/ / /

27-08-2013

Buiten regende het en binnen stikte het van de mensen die met hun skinny soja latte macchiato’s in hun hand een plekje zochten tussen de laptops. Alle meisjes waren mooi en de juiste muziek klonk op de achtergrond.

Links aan de tafel zat een oude man met een krant. Sinds zijn stamcafé niet langer bestond, was hij wat ontheemd geraakt en dronk hij overal waar het maar kon een kop koffie om de sfeer te proeven. Nergens vond hij wat hij zocht. Tegenover hem zat een jongen met laptop en een koptelefoon op. Daarnaast een jongen met een muts op, hij keek samen met zijn vriendinnetje naar iets op zijn telefoon. Het vriendinnetje had een grote bruine bril op die niet alleen haar ogen maar ook een deel van haar wangen omlijstte. Zo’n bril die men vroeger nu eenmaal moest nemen bij gebrek aan beter, zo’n bril die nu werd verkocht bij gebrek aan slechter.

Het was de oude man al eerder opgevallen, de jonge vrouwen van nu droegen de kledingstukken en accessoires die hij kende van zijn zussen, zijn tantes, van zijn overleden moeder. Dat pakte over het algemeen voorspelbaar uit: mooie meisjes bleven mooie meisjes. Ze werden dan mooie meisjes in omakleding. Lelijke meisjes- deze gedachte maakte hij niet af, want hij was de krant aan het lezen en had geen zin om verder na te denken over de decoratie om hem heen. 

Hij was zojuist begonnen aan een artikel over de afschaffing van het woord allochtoon toen hij een meisjesstem hoorde. ‘Sorry, mag ik hier zitten?’ Voor hem stond nu een meisje in een donkerblauwe trui met een beige broek. Ze was buitengewoon gewoontjes voor deze plek. In haar rechterhand hield ze een theeglas met zwarte thee. ‘Duidelijk niet van hier’, dacht de man terwijl hij met een armgebaar duidelijk maakte dat ze mocht gaan zitten. 

Het artikel was zoals het elke keer was.

De man stelde zich een grabbelton voor die op de redactie stond van een krant. In de ton vijfendertig onderwerpen die altijd even opgevist konden worden. Stagiair erop zetten, bewindspersonen, opiniemakers, of een of andere halve zool met een grote waffel bellen en klaar. Hij wilde geen cynicus zijn- maar de maatschappij liet hem weinig keuze.  

Hij was juist bij het volgende katern aangekomen toen het meisje vroeg: ‘Mag ik dat stukje krant?’ Met tegenzin gaf hij het stuk krant aan. Het liefste had hij de uitgelezen stukken nog zo lang mogelijk bij zich liggen, niet dat hij ooit terug zou bladeren, maar het gevoel dat de mogelijkheid er was, daar ging het hem om. Vluchtig bekeek hij de voorpagina van het economisch katern dat hij nu in handen had. Zou het al tijd zijn voor een jenevertje? Hij legde de krant weg. Nu had hij niks meer te lezen, een situatie van niks, allemaal dankzij het meisje in de blauwe trui.

 

Hij besloot haar indringend aan te kijken, dan zou ze vast snel ophouden met lezen. Wat moest zo’n wicht nu helemaal met een krant. De andere kinderen hier lazen toch ook niet de krant? Had ze geen beeldscherm bij zich of zoiets? Hij schoof iets dichterbij.

 

Het meisje merkte niks, geconcentreerd keek ze in de krant. Welk artikel zou ze aan het lezen zijn? Hijzelf had werkelijk niks opzienbarends gelezen en zij lag zowat in de krant. Hij volgde haar blik.

 

De rouwadvertenties. Met een zucht leunde hij achterover. Weer zo’n kind met psychische klachten. ‘Sorry?’ zei het meisje terwijl ze opkeek.

 

‘Excuses- ik vroeg me af wat u aan het doen bent.’ Zei de man.

 

‘Ik ben op zoek naar vacatures,’ zei het meisje.

 

‘Dat zijn overlijdensadvertenties, waar u nu naar kijkt.’

 

‘Ja, dat weet ik wel, maar er gaan ook mensen dood die een baan hebben hè.’

 

De man knikte. Het was waar. Ook werkende mensen stierven.

 

Het meisje vervolgde:

 

‘En dan lijkt het mij wel een shock op zo’n werkvloer. Dus voor die vacature eruit is, zijn we wel even verder. Maar dan heb ik natuurlijk allang gesolliciteerd bij zo’n bedrijf.’ Tevreden keek ze hem aan. ‘Niet slecht bedacht hè?’

 

De man knikte. Het meisje vatte het op als een aanmoediging.

 

‘Wat het belangrijkste is- is welke krant je leest. Ik ben nu dus aan het uitzoeken in welke krant de meeste sterfgevallen mijn profiel hebben. Dus een beetje mijn leeftijd hebben, hoger opgeleid zijn, dat soort dingen. Nog best een gedoe, moet ik zeggen.’

 

De man knikte en stamelde: ‘nou, goed, veel succes ermee.’

 

Maar het meisje was alweer de advertenties verdiept en gaf slechts nog een klein knikje zijn richting in. 

Onherroepelijk

16-08-2013

Je hebt geluk, ze zijn helemaal verwelkt.

Je hebt geluk, ze zijn helemaal verwelkt.

/

16-08-2013

Tine voelde zich die ochtend opgewekt zoals altijd, en ze schonk juist melk over haar cornflakes toen haar man haar aan het schrikken maakte.

‘Tine, wat doe je nou?’ Zei hij met een bezorgd gezicht.

 

Ze draaide zich om en keek hem aan. Wat bedoel je?

 

‘Weet je dan niet wat voor dag het is?’ Zei hij zachtjes terwijl hij schichtig om zich heen keek.

 

‘Woensdag?’

 

‘Nee- nee dat bedoel ik niet. Je moet trouwens ook fluisteren.’ Fluisterde hij.

 

‘Okee.’ Fluisterde Tine terug.

 

‘En op je hurken zitten.’

 

Ze ging gehurkt naast haar man zitten die ernstig keek.

 

‘Het is vandaag de dag van de stilte.’  

 

Voordat Tine iets terug kon zeggen, legde hij zijn hand over haar mond. ‘Ssst- schrijf het op een briefje.’ Hij gaf haar een pen en een notitieblokje.

 

Tine pakte de pen en schreef:

 

WAT IS DAT NOU VOOR ONZIN?

 

Haar man pakte de pen en schreef:

 

HET MOET. ZE KOMEN VANDAAG EN ALS ZE ONS HOREN ZULLEN WE ONHEROEPELIJK GEPAKT WORDEN.

 

Tine pakte de  pen en schreef:

 

WIE ZIJN ZE? EN ONHEROEPPELIJK IS VERKEERD GESPELD.

 

Haar man pakte de pen en schreef:

 

JE BEGRIJPT DAT IK DAAR GEEN UITSPRAKEN OVER KAN DOEN. MAAR ZE KOMEN ANDERS ONHERROEPPELIJK.

 

Tine pakte de pen en schreef:

 

IK BEGRIJP ER NIKS VAN EN ONHEROEPPELIJK IS VERKEERD GESPELD.

 

Haar man pakte de pen en schreef:

JE HOEFT HET NIET TE BEGRIJPEN. JE MOET JE GEWOON DEZE DAG STIL HOUDEN. ANDERS GAAT HET ONHERROEPELLIJK MIS.

 

Tine pakte de pen en schreef:

 

ZIJN ER MEER MENSEN OP DE HOOGTE? EN ONHERROEPELIJK IS VERKEERD GESPELD.

 

Haar man schudde zijn hoofd en schreef:

 

VERTROUW ME NU MAAR. ZE KOMEN ANDERS ONHEROEPPELIJK.

 

Tine zuchtte diep en schreef:

 

MAG IK DAN NU GAAN ONTBIJTEN? EN ONHERROEPELIJK IS VERKEERD GESPELD.

 

Haar man pakte de pen en schreef:

 

NIET MET CORNFLAKES. DAN GAAT HET NOG ONHERREOPELIJK MIS.

 

Tine pakte de pen en schreef:

IK WEET NIET WAAR JE MEE BEZIG BENT MAAR IK DOE ER NIET MEER AAN MEE. IK GA NU ONTBIJTEN MET CORNFLAKES. EN ONHERROEPELIJK IS VERKEERD GESPELD.

 

Driftig stond ze op, haar man zat hoofdschuddend op de keukenvloer.

 

Ze pakte het kommetje cornflakes van het aanrecht en zei hardop tegen haar man: ‘Nou je hebt geluk hoor, ze zijn helemaal verwelkt.’ 

 

Haar man zat nog steeds op de grond en gebaarde druk dat ze haar mond moest houden. Hoofdschuddend ging ze aan tafel zitten eten. Ze pakte de krant en was juist bij een artikel over thuisonderwijs aanbeland toen de deurbel ging.

 

‘Nog iemand die er niet aan meedoet’ mompelde ze.

 

Voor de deur stond een man met een wit geschminkt gezicht. Hij droeg een lichtblauw linnen pak en een wit t-shirt. In zijn linkerhand droeg hij een rode koffer van glimmend metaal. ONHERROEPEIJK FACILITY SERVICES stond er op de zijkant geschreven.

 

Kan ik u helpen? Vroeg ze.

 

‘We komen uw stem op stil zetten’ fluisterde de man.

Snel probeerde ze langs hem te glippen, naar buiten toe. Maar ook in de voortuin  stond een man in een lichtblauw pak, die haar tegen wist te houden.

De eerste man liet haar een briefje lezen.

 

ONHEROEPPELIJK ZETTEN WIJ UW STEM NU UIT. GAARNE HIERVOOR UW BEGRIP.

 

‘Je hebt onherroepelijk verkeerd gespeld’ stamelde Tine terwijl de mannen een bus roze poeder over haar heen strooiden. Langzaam ebde de angst weg, samen met haar stem die ze nu onherroepelijk was verloren. 

Lift

03-08-2013

Ik voelde me verheugd- ik maakte iets mee.

Ik voelde me verheugd- ik maakte iets mee.

/ /

03-08-2013

De lift maakte een zoemend geluid en hield er toen mee op. In de lift een dame van een jaar of zestig en ikzelf. We zwegen tegelijk.

Ik was naar de bibliotheek gekomen om reisgidsen te halen over Noord-Frankrijk, daar ging ik een week naartoe. Toen ik nog studeerde reisde ik naar verre oorden en kocht ik reisgidsen in mooie reisboekhandels. Toen ik nog studeerde had ik me laten vertellen dat je gewoon iets kon kiezen wat je leuk vond, dat de arbeidsmarkt ‘goed’ was en dat een studielening zo zou worden terug verdiend. Nu zat ik vast in de lift op een donderdagmiddag en maakte het me niet eens uit of we snel bevrijd zouden worden.  

De dame hield een stapeltje boeken in haar armen, een paar over de Tweede Wereldoorlog en een roman van Isabel Allende. Ze zag eruit als een deftige dame, in een mooie rok, met net gekapt haar en felroze gestifte lippen. Ik was haar net aan het bekijken toen de lift kuren begon te krijgen, alle lichtjes begonnen te flikkeren, daarna kraakte hij een beetje en toen hield hij er helemaal mee op. Zo kwam het dat we vast zaten tussen de vierde en vijfde etage. In de verte hoorden we de bibliotheekgeluiden zoals gewoonlijk. Jengelende kinderen, aankondigingen van het bibliotheektheater en lage stemmen van puberjongens gevolgd door hoog gegiechel van pubermeisjes.

 

Ik voelde me verheugd- ik maakte iets mee. Ik drukte op het knopje waar een plaatje van een bel op stond. Er gebeurde niks maar ik stelde me een alarmcentrale vol knappe brandweermannen voor die ons nu kwamen redden.

 

‘Zul je altijd zien’ zei de dame. ‘Zul je altijd zien’ dacht ik. Voor mij was het de eerste keer dat ik vast kwam te zitten in de lift, maar kennelijk had ik hier te maken met een expert. ‘Is het u vaker overkomen?’ vroeg ik. ‘God, nee gelukkig niet’ zei de dame.

‘Oh, omdat u zei- zul je altijd zien.’

‘Bij wijze van spreken bedoelde ik. Trouwens heb je nu al op die alarmknop gedrukt?’

 

‘Ja, maar ik zal het nog eens doen.’ Ik deed het nog eens en fantaseerde over een langdurige intense en ook nog eens onwaarschijnlijke vriendschap die zou ontstaan in deze lift. Dat zij kunstenares was en ik haar onverwachtse muze die aan haar sterfbed zou zitten en in één adem genoemd zou worden met haar. De werkelijkheid haalde me hardhandig terug de lift in toen ze zei: ‘ik hou het niet meer.’

 

‘Ze komen zo, het komt wel goed’ zei ik.

 

‘Nee, ik hou het niet meer’ zei de dame terwijl ze met haar benen begon te wiebelen.

 

‘De leeftijd’ zei ze verontschuldigend.

 

Ik keek in mijn tas, maar trof daar geen toilet aan. Wel een appel, portemonnee, telefoon met de oplader er nog aan, en een half flesje water.

 

‘Moet u veel?’

 

‘Kind, wel tien keer per dag.’

 

‘Nee, ik bedoel per keer.’

 

‘Per keer?’

 

‘De hoeveelheid, is het veel?’

 

‘Was het maar veel, het zijn altijd beetjes’ zuchtte de dame. Ze was rood aangelopen en zag er erg ongelukkig uit.

 

‘U mag wel in mijn waterflesje als u wilt.’

 

‘Dat lukt me nooit- zo’n klein flesje, moet ik die zeker onder mijn rok duwen?’

 

‘Ik zal niet kijken’ beloofde ik.

 

Ze nam het flesje aan in ruil voor haar boeken en ik ging met mijn gezicht naar de deur staan, zo dicht mogelijk zodat ze de ruimte zou hebben.

 

Ik hoorde haar zuchten, steunen, het geluid van ritselende kleding. Ik hoorde niet het geluid van een waterflesje dat volliep.

 

‘Sorry’ klonk het achter me. ‘Dat gepruts met zo’n klein flesje is niks voor mij.’

 

‘Mag ik me omdraaien?’

 

‘Ja.’

 

In de hoek van de lift stond de dame, ze stond midden in haar plas. In haar linkerhand hield ze haar onderbroek, in haar rechter mijn waterflesje dat ze aanreikte. Ze mocht het houden.

 

‘Wat een opluchting’ zei ze terwijl ze haar slipje nauwkeurig opvouwde en in haar tas stopte.

 

Ik knikte en keek naar de plas, die zich langzaam als olie verplaatste. Met een schok kwam de lift ineens in beweging. De plas verplaaste zich nu snel als water en eenmaal aangekomen op de vijfde etage stond ook ik met beide voeten in de nattigheid.

 

‘Veel plezier nog in Frankrijk’ zei de dame terwijl ze haar boeken weer terug nam uit mijn armen.

‘U ook met de Tweede Wereldoorlog’ zei ik. 

Bus

05-07-2013

Waar u naar kijkt is het gemiddelde.

Waar u naar kijkt is het gemiddelde.

/ / /

05-07-2013

Bijna had ik het gehaald zonder op de lijntjes te staan. De gemeente had nieuwe, grotere tegels gelegd en nu werd het steeds makkelijker om in normaal tempo te lopen zonder de lijntjes te raken. Helaas moest ik ineens hard niezen en was mijn rechtervoet op een lijntje terecht gekomen. De consequenties zou ik later moeten dragen. Somber stapte ik in de bus. 

 

‘Sorry mevrouw, maar daar kunnen we niet aan beginnen’ zei de buschauffeur.

 

‘Pardon?’ Vroeg ik.

 

‘Wij laten een gemiddeld aantal mensen van gemiddelde lengte binnen.’ De chauffeur sprak langzaam en na  het uitspreken van deze woorden likte hij zijn tanden af. Hij wees naar de spiegel die boven hem hing. ‘Kijk daar eens.’

Ik keek. De bus was voor eenderde gevuld, de mensen zaten verspreid en hadden allemaal keurig gekozen voor hun eigen plek. Praatgrage Henk voorin bij de chauffeur, moeder met kind in het eerste viertje, schuin daar tegenover een bejaarde dame, dan wat losse mensen met vermoeide gezichten en dan de achterbank met het geteisem.

 

‘Wat ziet mevrouw?’ Vroeg de chauffeur.

‘Gewoon, mensen, passagiers, zoals altijd.’

 

Hij schudde zijn hoofd.

 

‘Fout! Waar u naar kijkt is het gemiddelde. Dit is de gemiddelde groep passagiers, met de gemiddelde reistijd, kledingkeuze, opleidingen, leeftijd en, en nu komt het- lengte. En u- u mevrouw, u bent nu net even teveel.’

 

‘Teveel? Teveel voor wat? Trouwens, teveel van wat?’

 

‘Helaas kan ik u daar geen antwoord op geven- want we willen niet dat we bovengemiddeld van de dienstregeling afwijken. Stapt u even naar achter, we willen natuurlijk niet dat u nu juist die 1,3 persoon per maand bent die gemiddeld tussen de deur van een bus van het stads –en streekvervoer komt. ’

 

Ik schraapte mijn keel om een zo ongemiddeld mogelijk stemmetje te forceren. ‘Hoe kom ik nu bij het station?’ Vroeg ik.

 

‘Wellicht heeft de volgende bus wel behoefte aan iemand als u’

zei de chauffeur terwijl hij langzaam de deuren sloot.

 

Ik ging weer bij de halte staan. Een man kwam uit de woonwijk aangelopen, hij zag eruit alsof hij zojuist hertjes of ander wild uit hun lijden had verlost, maar in de wijde omtrek was maar weinig natuur. De lange donkergroene jas,  geruite sjaal en hoed van de man deden me denken aan een leven dat ik nooit had gehad. De man had een adellijke neus en golvende grijze haren. Hij keek  me aan en sprak toen plechtig: ‘Als ik een scheet laat in deze jas, blijft hij zo lang hangen, dat ik mezelf weet te bedwelmen.’ Hij klonk Duits, en knikte me vriendelijk toe.

 

Het werd me duidelijk- ik was gek aan het worden. Ik wreef in mijn ogen en staarde daarna naar mijn voeten, knokelige lange dunne voeten in goedkope teenslippers. De man met de hoed volgde mijn blik. ‘Wispelturigheid zit in de tenen, mevrouw. En kijkt u eens aan- wat een tenen. Uw tenen weten nog immer niet waar ze heen willen groeien, is het niet? Een beetje links, een beetje rechts, een beetje omhoog, oder nicht? Ach, mijn arme Fraulein- geen enkele keuze maakt u met lichte voeten, zoveel kan deze oude man wel zien.’

 

Hij keek op de dienstregeling. ‘Hoeveel wijkt die gemiddeld af?’ Vroeg hij. Ik haalde mijn schouders op.

 

‘Dreizehn Minuten.’ Mompelde de man. Hij leek ontevreden te zijn met dit vooruitzicht en opende zijn lange groene jas. Links hing een groot geweer, dat hij hij met een efficiënte beweging uit de voering losmaakte. ‘Ziezo’ zei hij, ‘Jetzt get’s loss’. Met flinke passen liep hij naar het nabijgelegen speelpleintje. Met het geweer boven zijn hoofd geheven liep hij schreeuwend hij het veldje op. Een klein meisje rende huilend weg, de man had haar roze stepje ingenomen.  Hij was hardop aan het lachen en smeet zijn geweer in de zandbak. In een rotgang stepte hij de straat uit, zijn groene jas waaide als een cape achter hem aan. 

 

De volgende bus naderde. De buschauffeur was naakt en zwaaide enthousiast. Achterin zaten alleen maar negers met Ipads. 

Ik besloot vandaag thuis te werken en liep terug zonder op de lijntjes te stappen. 

Romantiek

26-06-2013

Ze durfde best te leven.

Ze durfde best te leven.

/ / /

26-06-2013

David was er nog steeds niet. De glazen wijn die Lena twee uur eerder had ingeschonken waren in de gootsteen omgekeerd en het schaaltje olijfjes had ze afgedekt met folie en in de koelkast gezet. Hij zou wel een bekende zijn tegengekomen of zoiets, bedacht ze.

 

Ze masseerde haar slapen. Morgen had ze een functioneringsgesprek op haar werk, ze was nerveus hoewel ze wist dat ze zich geen zorgen hoefde te maken. Bovendien hadden ze net een workshop gehad op het werk, NLP,  Neurolinguistic Programming. Krijgen wat je wilt, door de juiste woorden. Zelf de baas zijn over je gesprekken. Bij David werkten de technieken niet.

 

De sleutel in  het slot. Daar zou je hem hebben.

 

‘Dag liefste’  Zei hij.

 

‘Wat was je aan het doen?’

 

‘Even lopen.’

 

‘Flink stuk zeker?’

 

‘Ja.’

 

Ze stond op. ‘Ik spring onder de douche, mijn schouders zitten weer helemaal vast. Zo aflevering Borgen kijken?’

 

‘Okee.’

 

Ze liep naar de badkamer. Waarom had hij geen excuses gemaakt? En had hij gevraagd hoe haar dag was? Had zij eigenlijk gevraagd hoe zijn dag was? Nee, maar dat was omdat dat de soort vragen waren die hij niet kon beantwoorden. Hij doolde maar wat rond, at een broodje, zette wat koffie, zoiets. Mensen reageerden altijd enthousiast als ze vertelde dat haar vriend kunstenaar was, maar van de donkerte had niemand een idee. Van de muziek die ‘s nachts aan stond, van een man die tot drie uur ’s middags in bed lag,  van een man die ontbeet met een biertje en die in de tuin wilde staan in de regen, evenmin. Zou ze zometeen haar gesprek oefenen met hem? Dat scheen de beste voorbereiding te zijn, oefenen met je partner. Maar dat hing dan wel van je partner af. Toen ze bij het bedrijf was aangenomen kon hij maar niet ophouden te vertellen hoe ongelofelijk hij het vond dat zij zich 36 uur per week in een kantoorgebouw liet opsluiten. ‘Durf te leven’ riep hij dan. Ze durfde best te leven. Morgen moest ze ook even nieuwe conditioner kopen. Bij welke aflevering waren ze ook alweer gebleven?

 

Met zijn badjas aan kwam ze de kamer weer binnen. Haar haren waren in een handdoek gewikkeld die ze op haar hoofd droeg.

 

‘Weet jij nog welke aflevering?’ Zei ze terwijl ze water in de waterkoker deed.

 

‘Nee.’ David masseerde zijn slapen. Bij welke aflevering waren ze gebleven? Bij welke aflevering? Hij verlangde naar dronken worden, in een kroeggevecht belanden, cocaïne snuiven van de buik van een Russisch hoertje.

 

‘Hoe was je dag?’ Ze zette de theepot op tafel. De mokken pasten erbij.

 

‘Wel goed, het wordt weer kouder. Die van jou?’

 

‘Gewoon.’

 

Ze waren bij aflevering acht, het was spannend. Ze keken ook naar negen.

 

‘Ik ga naar bed’ zei Lena toen, ‘morgen vroeg op.’

 

‘Ik kom zo.’ Zei David.

 

Het was half vier toen ze zijn armen om zich heen voelde. In de morgen stond ze zachtjes op. Vanmiddag zou ze naar zijn atelier komen. Ze had er speciaal de hele middag vrij voor genomen. Maar eerst het gesprek.

 

Het gesprek verliep zoals ze had gehoopt. Zaken gingen goed, ze functioneerde goed en mocht haar nieuwe competentie-speerpunten mailen. Het was een modern bedrijf waar ze werkte, een bedrijf met oog voor haar werknemers, dat stond ook in de vacaturetekst. Lena gaf net een hand ter afscheid toen de chef zei:

 

En thuis ook alles goed?

 

‘Jaja, zo zijn gangetje, had ze gezegd.

 

In de lift herhaalde ze de woorden. Thuis ook alles goed. Thuis ook alles goed.

 

 Haar hart bonsde in haar keel terwijl ze de woorden opnieuw proefde. 

 

Goed alles ook thuis. Ook alles thuis goed. Goed thuis alles ook. Thuis. Alles. Ook. Goed.

 

De woorden aten haar op. Ze had nergens verstand van. Alles goed. Ook thuis.

Het was half een. David werd wakker. Hij rekte zich uit en streelde over zijn buik. Zachter dan eerst. Samenwonen, daar werd je lijf zachter van. Maar je geest niet. Straks zou ze het werk gaan zien. Hij dronk koffie en fietste naar zijn atelier.

 

Het was koud in het atelier, maar voor David maakte dat niet uit. Het was zijn bunker, weg van de mensen, weg van wereld. De ruimte zat in een leegstaande loods en had geen ramen. De muren waren wit geschilderd en de vloer was van beton. Langs de wanden lagen stapels hout, kranten, gescheurde papieren, oude verfpaletten en allerlei gereedschap.

 

Eindelijk kwam ze kijken naar zijn laatste creatie, een installatie die hij had gemaakt in opdracht van de stichting ‘Week van de Romantiek.’  

 

De romantiek had een stichting gekregen en een week. Eerst had David er niet aan mee willen werken, maar spannende boeken en kanker hadden ook een eigen week, en romantiek had ook de nodige impact op mensenlevens, dus had hij toch maar besloten de opdracht aan te nemen. Het was ook een goedbetaalde klus,  daarmee kon hij Lena wat ontlasten. Zij had de afgelopen drie maanden de huur in haar eentje opgebracht. Morgen zou de stichting het werk komen ophalen. ‘Voel je vrij’ hadden ze gezegd. Dat had hij zoveel mogelijk willen uiten in het werk, het gevoel van vrijheid in de romantiek. Lena zou er waarschijnlijk weinig van begrijpen. Ze wist weinig van vrijheid en kon niet wachten tot hij een ring om haar vinger zou schuiven. Dat vond zij dan weer romantisch.

 

Ongeduldig liep hij heen en weer door de ruimte. De tl-buizen maakten een zoemend geluid en zijn voetstappen klonken hol. Toen klonk vanuit de verte achtereenvolgens het geluid van een auto, een dichtslaand portier en van hoge hakken. David snelde naar de deur om Lena binnen te laten. Ze droeg haar dure trenchcoat en haar haren waren opgestoken. ‘Nou’ zei ze, ‘ik ben benieuwd.’

 

‘Wacht’ zei hij. ‘Blijf staan, dan doe ik eerst het licht uit en dan weer aan. Dan is het meer een verassing, anders zie je het gelijk.’ Ze knikte. Toen het licht uit was, pakte David haar bij de hand en leidde hij haar naar het kunstwerk. ‘Ben je er klaar voor?’ Het licht ging weer aan.

 

In het midden van de kamer stond een lange houten tafel met daarop een naakte etalagepop. Het was een kale slanke vrouw met grote borsten, een smalle taille en onvoorstelbaar lange benen. Ze lag languit en keek naar het plafond. Aan het hoofd van de tafel stond een andere etalagepop. Een mannenpop, in speedo gehuld, met aan zijn voeten zwemflippers en op zijn hoofd een snorkel en duikbril. In zijn hand hield de mannenpop een grote kettingzaag die net boven de hals van de vrouwenpop rustte.

 

Tevreden keek David naar het stilleven. Lena zei niks. ‘Kom schatje’ zei David toen. ‘Je moet hem nog wel even aandoen.’ Hij begeleidde Lena naar het paaltje met de grote rode knop erbovenop. ‘Geef maar een tik op de knop.’ Met tegenzin duwde ze de knop in. Frank Sinatra’s Strangers in the Night galmde in de ruimte terwijl de armen van de etalagepop met de kettingzaag naar beneden zakten. De hals van de vrouwenpop werd geraakt, uit haar ogen, borsten en knieen spoten straaltjes rode verf. Lena ving het deels op met haar jas.

 

‘En wat vind je ervan?’ Zei David met glanzende ogen. ‘Ik ben er echt heel tevreden over.’

 

‘Kan de verf uit mijn jas?’ Zei Lena met bevende stem.

 

‘Ik denk het wel.  Maar wat vind je er nou van? Ik heb hier maanden aan gewerkt en dit is je reactie? Vlekjes in je jas?’

 

‘Je had me wel even mogen waarschuwen. En wat ik van dit werk vind? Wat denk je nou zelf, mijn vriend mag een werk maken voor de week van de romantiek, en dit is het?’

 

‘Ja, dit is het, ja.’

 

‘Ik vind het niet zo romantisch.’

 

‘Ik mocht alle vrijheid nemen die ik wilde, hadden ze gezegd. Dit is mijn persoonlijke interpretatie van romantiek.’

 

‘Maar ik ben toch je geliefde, waarom kom ik niet voor in je werk?’

 

‘Hoezo kom je er niet in voor? Dit werk gaat ook over jou, over ons. Het gaat over alle liefdes, over alle stellen.’

 

‘Ik zie een naakte vrouw die vermoord wordt’ Zei Lena. Haar stem trilde.  

 

David lachte.  ‘Schatje, je kijkt niet goed. De vrouw is niet vastgebonden ofzo, ze wil graag dat hij haar vermoordt. Hij ziet haar ook liever leven, maar doet dit uit liefde. Daarom is de muziek ook zo romantisch. ‘Lovers at first sight, in love forever. It turned out so right for strangers in the night’ Prachtig toch! Zoals bij ons!

 

‘Wij kenden elkaar al via Marijn, weet je nog? Wij waren nooit strangers in the night.’

 

Ze bedacht zich.

 

‘Of eigenlijk- we zijn altijd strangers gebleven.’ Ze keek naar haar voeten.

 

David bekeek de kettingzaag nauwkeurig en zei: ‘Sorry Lena, maar het gaat nu even niet over jou, het zou leuk zijn als je me kon steunen hier.’

 

Een traan rolde over haar wang. Langzaam liep ze naar de deur.

 

David keek haar na en drukte nogmaals op de rode knop.  

Coulance

31-05-2013

‘Wat vinden wij hiervan?’

‘Wat vinden wij hiervan?’

/ /

31-05-2013

‘Als ik nou de dagen allemaal zou nummeren,  en niet langer een naam zou geven, zou ik me dan elke dag anders voelen?’ Peinste de vrouw. Ze keek naar haar hond die op deze koude ochtend in de lente helemaal geen zin had gehad mee uit te gaan. De hond snuffelde wat rond, leek geen besef te hebben van tijd of dagen, geluk of ongeluk. Eten, slapen en uit. Wat een eenvoudig bestaan.

De vrouw was niet ongelukkig, ze wist eigenlijk precies hoe gelukkig ze was op welke dag van de week. Vrijdag meer dan donderdag, bijvoorbeeld. En op maandag weer minder dan dinsdag. Welk nummer zou deze dag hebben? Januari, 31 dagen, plus februari, dat waren er 28 of toch 29 dit jaar?

 

‘Wat zijn wij aan het doen?’ Klonk ineens een barse stem.

 

De vrouw schrok op. Tegenover haar twee mannen in uniform die uit het niets leken te zijn verschenen.

 

‘Ehm, de hond uitlaten?’ Vroeg ze.

 

‘Zijn wij op de hoogte van het feit dat dit geen uitlaatzone is?’

 

Het was verwarrend. De vraag was alleen door henzelf te beantwoorden, maar leek wel aan haar gericht. Of misschien spraken ze ook tot Bobo die rustig rond snuffelde in het gras.

 

‘Of jullie op de hoogte zijn..?’ Probeerde ze.

 

‘Nee, mevrouw. U bevindt zich in een zone waar u geen honden mag uitlaten.’ De man wees op het bord. ‘De uitlaatzone is daar.’ Hij wees naar een naastgelegen veldje, zo’n vijftien meter verderop.

 

‘Nou, dan zal ik me maar snel naar die zone begeven.’ Zei de vrouw.

 

‘Weet u wat dat kost?’ Zei de man links met de grote rekenmachine in zijn hand.

 

‘Nee.’

 

‘Honderd-en-dertig euro.’ Zei hij, heel langzaam nu.

 

‘Och heden, dat is nogal wat. Ik was er niet bij met mijn hoofd,  kan ik er vandaag vanaf komen met een waarschuwing alstublieft?’

 

De man links rolde met zijn ogen. De man rechts keek zijn collega aan. ‘Wat vinden wij hiervan?’

 

‘Als ik nu meteen naar het juiste gebied loop, kunnen wij dit incident dan vergeten misschien?’ Probeerde ze. 

 

‘Heeft u soms geen respect voor onze baan? Denkt u soms dat wij zulke delicten zomaar kunnen laten gaan?’

 

‘Nee absoluut niet, maar ik hoopte dat u kunnen overwegen…’

 

‘Heeft uw hond zich al ontlast?’ Onderbrak de linker man haar.

 

‘Pardon?’

 

Ze keken alledrie naar Bobo die nu rustig hurkte. Met grote ogen keek hij de mannen aan terwijl er langzaam een lange bruine sliert op het gras viel. En nog een. En nog een. 

 

‘Dit is precies waarom wij hier zijn.’ Zei de rechter man.

 

Zijn collega knikte instemmend.

 

‘Dat wordt dan tweemaal honderd-en-dertig euro, wat neerkomt op twee-honderd-en-zestig euro, mevrouw.’

 

‘Kost hondenpoep 130 euro? De hond kostte maar vijftig!’

 

‘U heeft niet voldaan aan uw opruimverplichting.’

 

‘Omdat ik met jullie in gesprek ben.’

 

‘Wilt u met ons in discussie gaan? Dit is overduidelijk een heterdaadje’

 

‘Maar ik kan het toch nu opruimen?’

 

‘Uiteraard.’

 

Haastig zocht de vrouw naar het plastic zakje voor de poep van Bobo. Ze vond het niet.

 

‘Ik ben mijn zakje kwijt’

 

‘Dat wordt dan twee-honderd-en-zestig euro. Eenmaal buiten de zone lopen en eenmaal negeren van de opruimverplichting.’

 

‘Maar als ik de poep nu weghaal, is het 130 euro?’ stamelde de vrouw.

  

‘Correct.’

 

Ze haalde diep adem en ging op haar hurken zitten. Met haar blote handen raapte ze drol bijeen. Hij was nog warm, de substantie haast olie-achtig. Zeker door de restjes makreel van gisteravond die ze Bobo had gevoerd.

 

De rechter man keek haar vol afgrijzen aan terwijl de linker driftig tikte op zijn rekenmachine tikte. Hij vroeg haar naam, adres en identiteitsbewijs. Met haar met poep besmeurde hand ging ze haar jaszak in en viste ze haar rijbewijs eruit. Ze reikte haar rijbewijs aan, maar de man pakte hem niet.  Ze moest het nummer zelf voorlezen.

 

‘Dan nog even uw handtekening.’

 

De man wilde het pennetje aan haar geven, maar bedacht zich toen hij de stinkende hand dichterbij zag komen.

 

‘Weet u wat? Vandaag voeren we coulancebeleid. U komt er vanaf met een waarschuwing. Wij wensen u een fijne middag.’ Haastig liepen ze terug naar hun busje. 

 

De vrouw staarde de mannen na. Bobo likte aan haar handen. Ze wist niet meer welke dag het was. 

Ontslag

23-05-2013

Ontslag nemen is geen optie.

Ontslag nemen is geen optie.

/ / /

23-05-2013

Geachte maatschappij,

 

Bij deze wil ik u graag informeren dat ik ontslag neem.

 

Met vriendelijke groet,

 

Revka Bijl.

 

 

Geachte mevrouw Bijl,
 
Helaas moeten wij u mede delen dat ontslag geen optie is. Wel zouden wij u willen vragen bijgaande enquête in te vullen.
 
Met vriendelijke groet,
 
De maatschappij

 

 

BIJLAGE
Deze bijlage maakt deel uit van een onderzoek naar het groeiend aantal verzoeken tot ontslag van de maatschappij. Maatschappijverlating is een illegale praktijk welke op geen enkele manier zal worden ondersteund door de maatschappij. Mocht u nog eventuele vragen hebben, dan wensen wij u veel sterkte.
De vragenlijst neemt slechts enkele minuten in beslag en zal zeer waardevol zijn voor de maatschappij.
 
De volgende vragen kunt u met Ja (J) of Nee (N) beantwoorden.
 
  1. Heeft u gestudeerd? (In geval van Ja, ga naar 2, anders ga naar 5)
  2. Heeft u uw hart gevolgd inzake studiekeuze?
  3. Heeft u meerdere studies afgerond?
  4. Heeft u een studielening afgesloten?
  5. Heeft u een passende baan?
  6. Heeft u zicht op een passende baan?
  7. Heeft u een vaste woning?
  8. Heeft u zicht op een vaste woning?
 
Hieronder staan vijf stellingen. Vul in: waar, niet waar of weet niet/geen mening.
 
  1. De maatschappij dat ben jij.
  2. Denk vooruit.
  3. Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker. 
  4. De dag die je wist dat zou komen, is nu hier.
  5. Veiligheid heb je zelf in de hand.

 

 

 

 

Geachte maatschappij,

 

Dank voor uw snelle reactie. Helaas zal ik de enquête niet invullen.

 

Met vriendelijke groet,

 

Revka Bijl.

 

 

 

Geachte mevrouw Bijl,
 
De enquête niet invullen is geen optie.
 
Met vriendelijke groet,
 
De maatschappij

 

 

Geachte maatschappij,

 

Hier mijn antwoorden:

  

  1. Heeft u gestudeerd? (In geval van Ja, ga naar 2, anders ga naar 5)     J         
  2. Heeft u uw hart gevolgd inzake studiekeuze?                                       J
  3. Heeft u meerdere studies afgerond?                                                       J
  4. Heeft u een studielening afgesloten?                                                      J
  5. Heeft u een passende baan?                                                                    N
  6. Heeft u zicht op een passende baan?                                                     N
  7. Heeft u een vaste woning?                                                                       N
  8. Heeft u zicht op een vaste woning?                                                        N

  

  1. De maatschappij dat ben jij. weet niet/geen mening
  2. Denk vooruit. weet niet/geen mening
  3. Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker.  weet niet/geen mening
  4. De dag die je wist dat zou komen, is nu hier. weet niet/geen mening
  5. Veiligheid heb je zelf in de hand. weet niet/geen mening

 

Ook zou ik graag bezwaar willen maken omtrent mijn verzoek tot ontslag.

 

Met vriendelijke groet,

 

Revka Bijl.

 

 

 
Geachte mevrouw Bijl,
 
Ontslag nemen is geen optie. Over de uitslag kan niet worden gecorrespondeerd.
 
Hoogachtend,
 
De maatschappij.

 

 

 

Motherfuckers.

 

Met vriendelijke groet,

 

Revka Bijl.

 

 

 

 

Geachte mevrouw Bijl,
 
Het zij zo.
 
Hoogachtend,
 
De maatschappij.

 

Solidair

13-05-2013

Duur in verhouding tot wat eigenlijk.

Duur in verhouding tot wat eigenlijk.

/ / /

13-05-2013

Ik kwam voor kiwi’s, maar dat mislukte. Als ik over een week of twee, drie heel veel zin in kiwi’s zou hebben, wist ik waar te gaan. Hetzelfde voor avocado’s, ze lagen te rijpen in de schappen. Toen viel mijn oog op de aanbieding van de week. Een emmer vol kleine tomaatjes, precies wat ik nodig had.

Daarna volgden een stuk kaas, een doos crackers en een zakje zure matjes. Ik heb veel geleerd over zure matjes. Zo heb je nooit een beetje trek in zure matjes. Zin in zure matjes komt met veel tegelijk. Zure matjes zijn genadeloos, ze maken je lippen stuk en doen zeer aan je keel. Zure matjes kunnen niet bevriezen. Zure matjes hebben de smaak van aardbeien, maar niet van echte aardbeien of van diepvriesaardbeien, aardbeienlimonade of aardbeienijs of ander aardbeiensnoep. Eigenlijk zijn ze best een beetje vies, maar daarover hoor je nooit iemand. Over het eten van zure matjes wordt sowieso maar weinig gepraat. Dat was vandaag niet anders.

 

‘Lekker zijn die tomaatjes he?’ Zei de man achter me in de rij.

 

‘Inderdaad.’

 

‘Maar wel duur in verhouding.’

 

Ik knikte. Duur, dacht ik, duur in verhouding. Duur in verhouding tot wat eigenlijk. Tot grote tomaten? Tot de groothandel? Tot mijn inkomen? En hoezo? Voor hem is het toch niet duur, ik koop ze zelf.

 

‘Eigenlijk zijn die zure matjes duurder.’  Zei ik.

 

‘Nou moppie, dat denk ik niet.’

 

De caissière scande mijn producten. De tomaatjes waren duurder.

 

‘Zie je wel?’

 

‘Maar uiteindelijk niet hoor, meneer.’

 

‘Hoezo?’

 

‘Nou, die tomaatjes zijn beter voor me dan de matjes. Als ik ziek word, dan draait iedereen daarvoor op, uiteindelijk dan. Beter dat ik de tomaatjes eet.’

 

Ik zuchtte, had geen idee waarom ik dit gesprek was begonnen. Gelukkig zei de man niks terug. Mijn boodschappen waren ingepakt, ik maakte aanstalten weg te lopen.

 

‘Wacht even,’ zei de man terwijl hij een doos negerzoenen of blankenpoepjes of gelijkheidsideaaltjes of hoe ze nu ook heten, in zijn tas stopte. De man was best wel dik, zag ik nu. 

 

‘Ik eet veel en ongezond. Ik sport niet. Ik rook en drink met overgave. Dat doe ik niet alleen voor mezelf. Nee, ik houd de gezondheidszorg betaalbaar. Dus als ik tegen jou zeg, duur die tomaatjes, dan bedoel ik ook: duur die tomaatjes.’

 

Ik knikte beduusd.

 

‘Wat sta je nou te kijken mop? Het is toch niks om somber van te worden? Weet je wat? Ik trakteer je op een saucijzenbroodje hiernaast.’

 

Weigeren was geen optie. Ik at het voor de maatschappij.

Wens

06-05-2013

'Als je nu een wens mocht doen, wat zou die dan zijn?’

'Als je nu een wens mocht doen, wat zou die dan zijn?’

/ / / /

06-05-2013

Ze zaten in de tuin. ‘Als je nu een wens mocht doen, wat zou die dan zijn?’ Marie keek naar haar verloofde David die de krant aan het lezen was. De tuin begon te bloeien, over een paar jaar zou het zijn zoals ze het nu in haar hoofd had. Dan zouden ze ook zo’n rieten bankstel kopen met grote zachte kussens, maar voor nu hadden ze witte plastic tuinstoelen die in verschillende standen konden, erop lagen groen geruite kussens die de moeder van David cadeau had gedaan.

 

‘Niks. We hebben het toch goed zo?’ David keek niet op van zijn krant.

 

‘Ja, maar een wens is toch leuk? Je mag ook een villa kiezen, of een wereldreis of een bioscoop in de kelder, een nieuwe auto.  Toe, je wenst toch wel iets?’

 

‘Sorry, Marie, maar wat is dat nou voor een vraag?’ Zei David terwijl hij de krant op tafel legde.

 

‘Nou, gewoon, zie het als een gedachtenoefening.’ Ongeduldig bewoog Marie met haar voeten.

 

‘Ben je ongelukkig?’

 

‘Hoezo ongelukkig? Jezus, ik stel je gewoon een vraag. Ik begin een gesprek met je, dat is wat mensen doen als ze een relatie hebben. Ze praten. Moet je nu echt altijd alles zwaarder maken?’

 

Marie wist dat ze het gesprek de verkeerde kant op duwde, maar ze kon zich niet bedwingen. David wist waar dit naartoe zou gaan. Hij had er geen zin in en pakte zuchtend de krant weer van tafel.

 

‘Ik zit hier een krant te lezen in de tuin, en jij komt me storen met allerlei onbenulligheden. En dan maak ik het zwaar?’ Hij sloeg de krant open.

 

Met een mep sloeg Marie de krant naar beneden.

 

‘Onbenulligheden? Onbenulligheden? Praat ik over onbenulligheden? Nee, JIJ bent een interessante gesprekspartner. Naja, misschien als je van voetbal houdt of oeverloos geouwehoer over politiek of aandelenkoersen.’

Ze begon op dreef te raken. Ze kon haast niet kiezen waar te beginnen, welke munitie eerst af te vuren. Als een kat zat ze klaar om haar nagels uit te slaan, wachtend op een beweging van haar prooi.  Maar David werkte niet mee. Hij stond rustig op en keek haar koud aan. Ze wist dat hij ook woest was, want zijn vuisten waren gebald, zijn knokkels wit. Maar schreeuwen zou hij niet doen. Hij was trots op zijn zelfbeheersing, de waardigheid die hij altijd wist te bewaren. Het maakte haar nog razender.

 

‘Luister Marie,  ik ga even douchen, mijn ouders zijn over een uur hier.’

 

Marie liep achter hem aan. ‘Je bent een arrogante lul- voel je je te goed om met mij te praten? Vind je het allemaal geouwehoer? En dan zometeen mooi weer spelen als je ouders hier zijn?’

 

‘Marie, alsjeblieft, maak er nou geen drama van.’ David liep de trap op, door naar de badkamer. Marie volgde al fulminerend op enkele centimeters. ‘Drama? Drama? Dan gebeurt er tenminste nog iets hier!’ 

 

Ze maakte aanstalten om David in te halen, maar in haar woede zwiepte ze wat uit met haar been en wist ze haar kleine teen met een ferme tik tegen de poot van de salontafel te slaan. Het werd zwart voor haar ogen, ze hapte naar adem. Ze probeerde te vloeken, maar bleef hangen bij een langgerekte a-klank. Zoveel pijn uit zo’n klein teentje. 

David draaide zich om. ‘Gaat het een beetje?’

 

Bleekjes schudde ze haar hoofd.

 

‘Laat me eens kijken.’

 

Voorzichtig raakte hij haar voet aan, daarna haar tenen. Toen hij bij de kleine teen kwam maakte Marie een zacht grommend geluid. Ook zij kende zo haar trots.

 

‘Gebroken.’

 

‘Godver.’

 

‘Wil je wat water?’

 

‘Nee.’

 

‘Goed, ik bel mijn ouders af, dan gaan we daarna naar de Eerste Hulp.’

 

‘Mag ik toch wat water misschien?’

 

‘Nee.’ 

Kleed

29-04-2013

Ik glimlachte, maar mijn mondhoeken gingen de verkeerde kant op.

Ik glimlachte, maar mijn mondhoeken gingen de verkeerde kant op.

/ /

29-04-2013

Ik legde het kleed op het gras en ging er in het midden op zitten. De zon scheen eindelijk en in het park was het stil. Stil, zodat ik na kon denken over waar het in godsnaam heen zou moeten met mij. Lang dacht ik dat het vanzelf wel goed zou komen, allemaal. Het was nu iets later en het vertrouwen dat dingen vanzelf gingen had ik verloren, behalve dan als het ging om zaken die met verval te maken hadden. Verval ging vanzelf. 

De zon scheen fel en ik sloot mijn ogen. Nadenken met mijn ogen dicht, dat kon alleen maar uitlopen op slapen. Ik opende mijn ogen en keek om me heen.

Schuin voor me kwamen twee meisjes zitten, ze droegen een boodschappentas vol spullen met zich mee. Ze hadden schorre stemmen en droegen kleding die in de mode was. Ze roken naar succes en spraken net te hard zodat ik alles verstond. 

‘Nou moet je horen- ik was dus bij het het feestje van Eggie- niet zo boeiend verder hoor- maar weet je wie daar binnenkomt?’

Voordat ik kon horen wie er  daar binnenkwam plofte er iemand naast me neer. ‘Een autist’, dacht ik. Dat moest haast wel- want wie gaat er nu zo dicht op iemand anders zitten als er nog een hoop ruimte over is. 

 

‘Ben je lekker aan het genieten?’ Zei de autist die er eigenlijk als een normale man uitzag.

 

Ik knikte. Knikken was niet teveel, niet te weinig. Het was precies beleefd genoeg- maar ook afschrikwekkend door de stilte. 

 

Het afschrikken was weinig succesvol.  

 

‘Of ben je je leven aan het overdenken?’

 

Misschien was hij toch geen autist, maar een helderziende, of misschien zei hij maar wat.

 

Ik knikte. Nu moest het toch wel duidelijk zijn dat ik op dat kleed zat om alleen te zijn. 

 

Het afschrikken was weinig succesvol.

 

‘Weet je wat het probleem is met deze tijd?’ vroeg de man.

 

Ik had geen idee en schudde mijn hoofd. Ik ging niet in een gesprek verzeild raken, ik ging mijn leven overdenken. Of anders horen wie er op het feestje van Eggie binnen was komen lopen.

 

Het schudden van mijn hoofd werkte ook niet afschrikwekkend.

 

‘Mensen voelen teveel.’

 

‘Teveel?’ Ik sloeg mijn hand voor mijn mond. Nu had ik toch nog gepraat. Het gesprek was geboren- nu moest ik er zorg voor dragen ook.

 

‘Ja’ zei de man, geestdriftig ditmaal. ‘Jullie generatie is er slecht aan toe- met al dat gemekker over gevoelens, maar ik zie het eigenlijk overal gebeuren. De één voelt zich zus, de ander voelt zich zo- en dan is het beter, daarna weer minder, maar misschien morgen weer anders-‘

 

Ik glimlachte. Misschien hoef je niet voor alle gesprekken goed te zorgen, bedacht ik me.

 

‘Maar zal ik je eens wat vertellen?’ De man wachtte het antwoord niet af.

 

‘Ik heb mezelf daarvan los weten te maken. Ik doe er niet meer aan mee. Hoe ik me voel? Ik hou het constant in de gaten- maar- en nu moet je goed opletten: ik doe er niks mee.’

 

Ik knikte en sloeg een mier van mijn linkervoet af.

 

‘De vraag die je jezelf moet stellen is: wat is mijn doel? Als je die vraag echt kunt beantwoorden, hoef je alleen maar daarnaar te leven.’

 

Ik glimlachte, maar mijn mondhoeken gingen de verkeerde kant op. 

 

De man merkte niks en vervolgde: ‘Toen ik drie jaar geleden mijn bedrijven verkocht, in Hamburg, Berlijn, en New York, dacht men: hij gaat er nu mee stoppen- werken hoeft niet meer. Maar zo zit ik niet in elkaar. Nee, zo zit ik niet in elkaar. Dat zei ik ook tegen de mensen. Je moet ze scherp houden, de mensen. En je niet laten meevoeren door je emoties. Dat nooit. Dus kocht ik wat andere bedrijven, gewoon om een beetje mee te spelen- ik rook kansen. Dat kun jij ook.

 

‘Hmm,’ zei ik. 

 

‘Ik constateer alleen maar- dat is het geheim.’

 

Ik knikte.

 

De man stond op en klopte zijn beige broek schoon. ‘Ik constateer alleen maar. Alleen dat besef is al een hele constatering. Neem dat maar van mij aan.’ 

 

Ik knikte, ditmaal was het afschrikwekkend genoeg. 

Geluk

22-04-2013

Zwijgend aten ze witlof met aardappelen en een slavink.

Zwijgend aten ze witlof met aardappelen en een slavink.

/ / /

22-04-2013

Margreet was op weg naar huis van haar cursus aquarelleren toen ze haar echtgenoot Henk op het terras zag zitten. Straalbezopen, met lodderige ogen en zijn neus als grote donkerrode vrucht in het midden van zijn gezicht.  Hij was aan het lallen met zijn vrienden, de tafel stond vol met glazen jenever. Dit was niet de bedoeling. Driftig stapte ze het terras op. ‘Henk, wat doe je hier? Ik dacht dat wij hadden afgesproken dat jij het gazon ging maaien?’ 

Henk keek haar aan en zei tegen zijn vrienden; ‘Welkom in mijn leven. We hebben afgesproken dat ik het gazon zou maaien. Zoiets spreken we dan samen af- maar ik moet het doen. En nu zit ik hier en krijg ik een draai om mijn oren.’

‘Rustig maar Henk’ zei een van de vrienden. ‘Margreet, wil je ook een drankje, pakken we er gewoon een stoeltje bij.’

Margreet wilde geen drankje. Ze negeerde de vriendengroep en begon aan Henk zijn arm te trekken. ‘Kom, we gaan naar huis, je hebt al genoeg gehad- en vanavond komt de notaris eten met zijn vrouw. Dat weet je toch nog wel, neem ik aan? Die afspraak staat al weken, en je pak is net gestoomd. In godsnaam Henk, wat heb je gedaan? In deze staat ben je niet toonbaar.’

‘Niet toonbaar- niet toonbaar. Nee, jij trekt volle zalen,’ lispelde Henk. Hij slikte een boer weg en stond op. Hij wankelde op zijn benen en hield zich vast aan de rugleuning van de stoel naast hem. Hij wees naar Margreet en wendde zich tot het volle terras.

‘Zij daar, is mijn vrouw. We spraken af samen te zijn tot de dood ons scheidt, maar weet je wat het is? Het is niet waar wat ze zeggen.’

 ‘De dood scheidt je niet. De dood treedt in op het moment dat je die ring om je vinger hebt.’

‘Kerel, doe eens rustig’ probeerde zijn vriend hem te kalmeren.

‘Goed, ik overdrijf- misschien is het niet het moment dat je de bruiloft hebt enzo. Het is erger dan dan dat. Ik noem het stervensbegeleiding- zo is mijn leven. Ze houdt me in leven- maar wat voor een leven is dit? Ik mag niet teveel drinken of eten, ik mag niet te laat naar bed, ik moet het gras maaien, het vuil buiten zetten en de vijver schoonmaken. Ik moet eten met onvoorstelbaar saaie mensen die hoog aanzien hebben. Ze kiest wat voor kleren ik draag- ze kiest welke zeep ik gebruik, welke auto ik rijd, welke planten ik koop.’

Margreet stond bedremmeld te kijken, ‘Henk, gaat het wel? Of moet ik de  de dokter bellen?’

‘De dokter? Wat ga je zeggen? Dat ik teveel waarheidsserum heb gedronken?’ Henk hief zijn lege jeneverglas in de lucht.

Een taxi werd gebeld. Onder tegenstribbelen werd Henk achterin gezet, in de gordels met de deuren op het kinderslot. Margreet nam voorin plaats en siste naar achter. ‘Als je maar niet denkt dat ik me zo laat vernederen, Henk. Als je dat maar niet denkt. ‘

Thuis belde Margreet de notaris en zijn vrouw af. Daarna ging ze koken. Zwijgend aten ze witlof met aardappelen en een slavink.  ‘Ik heb ook veel voor jou moeten opgeven,’ zei Margreet terwijl ze de lege borden verzamelde. ‘Denk je dat ik hier wilde wonen? In deze streek? Denk je dat jij de meest aangename echtgenoot bent, met al je nukken? Waarom zou ik met de notaris willen eten en met de wethouder? Omdat ik verslaafd ben aan status? Of omdat dat de enige mensen zijn die nog weleens naar een museum of een concert gaan, ergens buiten dit dorp? Ik geef niet om de jaarlijkse braderie of om lessen aquarel of bloemschikken. Zelfs de oranjevereninigng heeft mijn volledige aandacht niet. Hetzelfde voor mijn boekenclub. Maar het is pas wanneer ik stil zou staan bij al die dingen, dat jij het zwaar zou krijgen. Niet nu. Dus haal het niet in je hoofd het slachtoffer uit te hangen hier.’ 

Ze pakte een koffiefilter en zette koffie. Ze haalde een vochtig doekje over het aanrecht terwijl het koffie-apparaat begon te pruttelen.

 

‘Wil je ermee stoppen?’ vroeg Henk  toen ze een kop koffie voor hem neerzette.

 

‘Doe niet zo gek. Natuurlijk niet. Je gaat toch niet na veertig jaar huwelijk jaar nog stoppen? Wat zouden de kinderen wel niet zeggen.’

 

‘Hoevaak zien we die nou helemaal?’

 

‘Wil jij ermee stoppen Henk?’

 

‘Nee.’

 

‘Nou dan. Ik ga naar de studeerkamer, ik heb nog huiswerk van mijn cursus Kunstgeschiedenis liggen.’

 

Henk knikte. Morgen zou hij het gras gaan maaien.  

Aangifte

15-04-2013

Er zijn acht verschillende soorten kaas in de kantine.

Er zijn acht verschillende soorten kaas in de kantine.

/ / /

15-04-2013

Zenuwachtig beende de man heen en weer op het politiebureau. De jonge agent had zojuist een vermissing van een horloge gearchiveerd en keek schuchter naar de man die zeker twee koppen groter was dan hijzelf. ‘Kan ik u helpen misschien?’

 

‘Jazeker, ik kom aangifte doen.’

 

‘Aangifte, waarvan?’

 

‘Nou, het zit me nogal dwars dit-’

 

De agent onderbrak hem ‘U kunt ook online aangifte doen, bent u daarvan op de hoogte?’

 

‘Daarvan ben ik op de hoogte, dank u. Maar dit hier, waar ik vandaag aangifte van kom doen, was niet een van de categorieën die ik op uw website kon aanvinken, helaas.’

 

‘Goed, ik open het formulier even voor u.’ De agent keek geconcentreerd naar het scherm.  ‘Zegt u het maar.’

 

‘Ik doe aangifte van middelmatigheid.’

 

‘Pardon?’

 

‘Middelmatigheid.’

 

‘Meneer, ik weet niet of-’

 

‘Gelul! Ik ben hier en ik heb iets ergs meegemaakt- en het gebeurt elke dag opnieuw. Zit en luister.’

 

De agent zuchtte en keerde zich weer naar zijn beeldscherm. 

 

‘Okee, vertelt u maar, dan schrijf ik mee.’

 

‘Goed, het zit zo. Ik word elke ochtend wakker in een bed met een redelijk goed matras, één van de duurdere van de IKEA. Naast me ligt mijn vrouw, Mariët. Een goed wijf, maar wel gewoon, gewoon- een Mariët, als u begrijpt wat ik bedoel. We ontbijten, we eten het duurdere brood van de Appie. Ik maak een kop koffie met het Nespresso-apparaat waar mijn vrouw de huismerkcupjes voor koopt. Scheelt toch al gauw een tientje per maand. Dan ga ik naar mijn werk, meestal met de auto. Een best mooie Opel. Mijn vrouw rijdt een klein auto’tje. Als ik op mijn werk aankom praat ik met mijn collega’s, over het weekend, over de meetings van die dag. Bij de lunch neem ik een soepje en twee pistoletjes kaas. Er zijn acht verschillende soorten kaas in de kantine. Dat betekent dat ik twee weken kan variëren- elke dag een andere soort kaas.’

 

‘Werkt u maar vier dagen dan?’

 

‘Nee, maar op vrijdag eet ik een kroket of een kaassouflé.’

 

‘Goed, gaat u door.’

 

‘In de pauze praten mijn collega’s en ik over het nieuws of over sport. We zijn tamelijk betrokken burgers, daarom praten we ook weleens over maatschappelijke kwesties, maar we worden nooit te politiek. Het liefst bespreken we de waan van de dag, maar eigenlijk praten we in cirkels. Na een poos beginnen we weer van voor af aan bij het eerste onderwerp. Ik heb ze opgeschreven.’

 

Hij schraapte zijn keel en begon voor te lezen.

 

1. Orgaandonatie: verplichten of niet

2. Dubbele nationaliteit of niet

3. Voedselschandalen

4. Het woord allochtoon afschaffen

5. APK keuringen

6. Voetbalcompetitie/ontslagen trainers

7. Voetbalvrouwen

8. Kosten van politie-ingrijpen bij voetbalrellen

9. Goede recepten uit kookboeken die in de mode zijn

10. Huisdieren en hun gedrag

11. Subsidietrekkers van allerlei allooi

12. Nieuwe schoenmode

13. Stedentrips

14. Collega’s van andere afdelingen

15. Nieuwe telefoons enzo

16. Apple

17. Scandinavische series

18. Wijnen en bieren

19. Seksistische grappen

20. Filmpjes op internet

21. Kappers

22. Laminaatvloeren

23. Films

24. Kinderen van anderen of jezelf

25. Sporten die we zelf beoefenen

26. Vrouwen en familieleden

27. Muziek

28. De weirdo die gister bij DWDD zat

29. Feestjes waar we waren of nog heen gaan

30. Goede matrassen

31. Koffie-apparaten

  

De man zuchte diep. ‘Dat was het.’

 

De agent had rode konen gekregen van het snelle typen en keek fronsend naar de lijst.  

 

‘Is laminaat met een d of een t?’

 

‘T.’

 

‘Okee, en wat bedoelt u met Scandinavische series?’

 

‘Nou, gewoon, series als Borgen of The Killing ofzo’

 

‘Dat zet ik er dan even bij.’

 

‘En welk kookboek doelt u op?’

 

‘Ottolengi.’

 

De agent typte ijverig door en met een ferme tik op de enterknop zei hij: ‘ziezo.’

 

‘En nu?’ Vroeg de man terwijl hij naar het briefje keek. ‘Wat gebeurt er nu?’

 

‘Hoe bedoelt u?’

 

‘Nou, wat gaat u eraan doen?’

 

De agent dacht even na en zei toen: ‘ik vrees dat we niets voor u kunnen doen. In feite doet u nu aangifte tegen uzelf- maar zolang u niet dreigt van een flat af te springen, kunnen wij niks voor u betekenen. Wilt u een pepermuntje misschien?’

Dat wilde hij wel. Hij nam een handvol en daarna nog één en nog één. Zijn darmen maakten overuren die middag.  Toen hij dubbelgevouwen van de kramp op de wc zat voelde hij zich meer levend dan ooit te voren.  

Transformatie

08-04-2013

Hier zijn we wie we werkelijk zijn.

Hier zijn we wie we werkelijk zijn.

/ /

08-04-2013

‘Welkom bij deze alles veranderende ervaring’ zegt de man met de witte tanden. Hij spreekt Nederlands maar op een vreemde gelikte manier, die wat Amerikaans aandoet. Hij heet Glenn en weet zijn korte naam zo uit te spreken dat hij lang klinkt, als Robberto of Dimitri.

We zitten in een zaaltje van hotel, geen lullig hotel, maar een van de betere van de stad. Buiten schijnt de zon, maar wij zijn hier om ons leven te veranderen. Meer energie, meer zelfvertrouwen, minder stress, je innerlijke kompas vinden en volgen, de volgende grote stappen nemen, een huid die straalt. Alles in vier dagen voor een kleine 600 euro. Geen geld voor de rest van je leven. Stel nou dat ik nog veertig jaar leef, dan is dit 0,04109589041096 cent per dag, voor elke dag geluk.

Ik kijk om me heen. Wat voor mensen zouden hun leven drastisch willen veranderen? Iedereen zo te zien. We zijn van alle leeftijden en achtergronden. We hebben plannen, dromen, ideeën en vooral: angsten. Maar er wordt aan gewerkt- zegt het hyperactieve team van health and lifestyle consultants. Ze lachen bemoedigend en zijn aanrakerig tijdens gesprekken.

 

We beginnen met een voorstelronde. De jongen naast mij mag eerst.

‘Hoi, ik ben Harold en-‘

 

‘Ho- mag ik je even stoppen hier?’ Glenn glimlacht en staat op. Hij praat met veel handgebaren. ‘Lieve mensen- hier zijn we niet de naam die onze ouders ons geschonken hebben. Hier zijn we wie we werkelijk zijn. Ik ben Glenn- en jij heet Harold. Je hoeft al die verwachtingen niet meer mee te nemen- al die ideeën die bij Harold horen. Je bent hem niet- misschien kies je, zoals ik voor een nieuwe naam, misschien ook niet. Maar op dit moment ben je niet Harold- zo heet je alleen maar.’ Hij glimlacht en knijpt in de schouder van Harold die schaapachtig kijkt. ‘Ga maar door- je kunt het.’

 

Harold woont in een nieuwbouwhuis met zijn vriendin, werkt ‘in de ict’ en is zoekende. Net als Marc die na zijn scheiding toch niet vond wat hij zocht, ondanks de vele vluchtige contacten in zijn penthouse. Net als Gerda- de huisvrouw die op haar kleinkinderen past en vrijwilligerswerk doet- ze wil meer. Net als Cherryl, een carrièrevrouw die dankzij haar personal trainer fitter is dan ooit, maar nog steeds leegte voelt. Dit is de groep mensen waar ik toe behoor. Wat een misère.

Ik ben aan de beurt. 

‘Nou, ik heet..-’

‘Wacht, ik stop je daar even- ik voel dat we de energie kwijt zijn in de groep.’ 

Glenn heeft zijn ogen gesloten en masseert zijn slapen. ‘We gaan even een klein oefeningetje doen en daarna verder hiermee. Volg mij maar.’

Als eendjes hobbelen we achter hem aan door de hotelgangen. We nemen de lift naar beneden, dan staan we in de spa van het hotel. Een elegante zonnebankbruine dame staat ons op te wachten.

‘Welkom allemaal- ik ben Mariska en ook ik heb de eer onderdeel te zijn van jullie transformatie. Om nu in de juiste, prettige en veilige flow te raken, gaan we eerst wat oefeningen in het water doen. Pak maar een badpak of zwembroek van de tafel daar en kleed je om.’

Kort daarna staan we in het water- de tranformatiekandidaten, niet Glenn of Mariska. Zij staan met een grote glimlach aan de rand. Vijf bleke gezichten kijken beteuterd terug.

‘Eerst gaan we heel stil staan’ zegt Mariska terwijl ze haar handen voor haar borst vouwt. ‘Adem in en uit- voel hoe je onderdeel bent van het alles- hoe je het water bent. Hoe alles één wordt. We gaan nu een mantra zingen, blijf stil staan met je ogen gesloten en doe mij na.’

Iedereen humt met gesloten ogen. Ik doe mijn best maar begin nogal af te koelen in het zwembad. Ook Gerda lijkt het moeilijk te hebben, haar lippen paars van de kou. Ik kijk stiekem naar Harold, die naast me staat.  Zijn lichaam is wit met paarse vlekken, en stil staan lukt hem niet meer.

‘Sorry’ zegt hij. Maar iedereen humt door. ‘Sorry- mag ik-‘ Iedereen humt maar door. Ik sluit mij ogen ook weer- egoïsme zal onderdeel van mijn transformatie zijn. Ik kies voor mezelf, het is verdomme mijn transformatie. Dan hoor ik een snik. Ik open mijn ogen.

 

Beteuterd kijkt Harold naar beneden. Zijn handen zijn niet langer gevouwen, hij staat in een lichtgele wolk.

 

‘Gadverdamme’ zeg ik. Het hummen houdt ineens op.

 

‘Het komt door de kou’ zegt Harold.

 

‘Maak je geen zorgen, we zijn juist trots dat je je nu al zo hebt durven laten gaan’ zegt Glenn. Mariska knikt instemmend. ‘Ik ben heel trots op je, dat je je nu al zo kwetsbaar hebt durven opstellen, en we staan nog maar aan het begin. Lieve mensen, kijk naar Harold en geef hem de liefde die hij nu nodig heeft. En kijk daarna naar jezelf en stel je dan de vraag of je dit ook zou durven.’

 

‘Durven?’ Zeg ik.

 

‘Sorry, maar jij bent nog niet voorgesteld, van jou kunnen we nog geen vragen beantwoorden.’

 

Glenn lacht naar de groep en knikt. ‘Laat het maar gaan allemaal- laat het allemaal maar gaan.’

 

Schuin voor me zie ik langzaam een gele wolk om Gerda’s onderlijf ontstaan.

 

Ik durf niet te kijken wat er achter me gebeurt.

 

‘Bevrijd jezelf! Laat het allemaal gaan!’

 

Het hummen begint weer, we moeten onze ogen weer sluiten. Ik sluip naar het trapje aan de zijkant van het bad. Glenn staat daar te wachten.

 

‘Waarom denk je dat je je niet mocht voorstellen? Ik zag al dat je er niet klaar voor bent. Je bent misschien wel willing, maar niet able. En we doen geen refunds trouwens. Veel succes in de toekomst.’ 

Lapjeskat

01-04-2013

Ik vertrouw die blik in haar ogen niet.

Ik vertrouw die blik in haar ogen niet.

/ / /

01-04-2013

‘Leuk huis heb je, heel gezellig, en zo licht ook.’  Maartje liet zich wat verder in de kussens zakken op de bank van haar collega. Het was een beetje vreemd dat ze nu bij haar thuis was uitgenodigd, maar Elsa was nieuw in het bedrijf en misschien voelde ze dat soort dingen niet zo goed aan. En Maartje was op haar beurt weer te beleefd geweest om te weigeren. 

Elsa kwam met twee glazen thee de kamer weer in. ‘Ja, dankjewel. Maar waarvoor ik je eigenlijk hier heb uitgenodigd…’

Ze nam een slok en leek naar de juiste woorden te zoeken.

 

‘Ik heb dus een kat hè, dat vertelde ik je toch?’

 

‘Ja, hoezo?’

 

‘Nou ik wil graag dat je haar ontmoet, vind je dat okee? Het klinkt misschien een beetje raar, maar ik zou het echt erg waarderen als je even kennis zou maken met Minou.’

 

Maartje aarzelde, dit was wel een beetje typisch, dacht ze. Maar een beetje excentriciteit wilde ze niemand ontzeggen. ‘Nou, als je graag wilt dat ik haar ontmoet dan doe ik dat. Ik ben wel iets meer een hondenmens, maar eigenlijk hou ik wel van alle dieren.’

 

‘Momentje.’ Elsa stond op en liep de kamer uit, haar gezicht stond ernstig. 

 

Maartje bleef zitten op de bank, ze begon zich af te vragen of haar eeuwige beleefdheid zich dan nu tegen haar begon te keren. Bij het laatste functioneringsgesprek was dat haar enige verbeterpunt geweest, gebrek aan assertiviteit. Ze had in datzelfde gesprek eigenlijk willen aankaarten dat ze nu nog steeds minder verdiende dan haar collega in dezelfde functie, maar ze durfde niet. En hier zat ze dan, te wachten op de kennismaking met de kat van een nieuwe collega.

Elsa kwam weer binnen, in haar armen een lapjeskat. Een ordinaire lapjeskat was het. Niet uitzonderlijk groot, klein, dik of dun. 

 

Met een zwierig gebaar zette Elsa de kat op de grond.

 

‘Minou, Maartje, Maartje, Minou.’ Zei ze bij wijze van introductie.

 

Maartje voelde zich onmiddelijk verwant met de kat die niks zei, maar haar baasje kritisch aankeek om vervolgens rustig op het tapijt te gaan zitten. 

 

‘En wat denk je ervan?’

 

‘Waarvan?’

 

Elsa schoof wat dichterbij. ‘We moeten nu fluisteren- ik vertrouw die blik in haar ogen niet.’

 

Fluisterend vroeg ze nogmaals: ‘Wat denk je ervan?’

 

‘Waarvan?’ Maartje fluisterde nu ook.

 

De kat was zich aan het wassen.

 

‘Nou kijk goed, zie je die groene ogen? En die gevlekte vacht? En dat tongetje, dat gekke roze tongetje?’

 

Ze hielden hun blik op de kat gericht.

 

‘Ja, ze ziet eruit als een gewone lapjeskat.’ Fluisterde Maartje aarzelend.

 

‘Nee- nee, je kijkt niet goed. Kijk met je hart-  zet je chakra’s open- en zie wat ik zie.’

 

Maartje wist niet wat Elsa bedoelde maar probeerde met volle overgave haar chakra’s  te openen.

 

De kat was inmiddels op het kleed gaan slapen.

 

‘Sorry, maar ik voel niet wat je bedoelt’ zei Maartje, terwijl ze haar tas pakte.

 

‘Blijf nog even zitten- en luister wat ik je te zeggen heb.’ Elsa was niet langer aan het fluisteren. ‘Ik denk dat die kat  bezield is door een zwarte ziel uit het verleden. Zoals ze loopt, zoals ze kijkt, het kan niet anders dan…’

 

‘Dan wat?’

 

‘Dan dat ze behekst is’

 

‘Sorry?’

 

‘Denk er maar over na- dat uiterlijk, dat klopt toch niet? Alle kleuren vacht? We stemmen toch ook niet op alle partijen?’

 

‘Nee, dat klopt- maar ik weet niet of je deze vergelijk..’

 

‘JE STAAT AAN HAAR KANT!’ Elsa was opgesprongen en wees met haar kaneelstengel woedend naar Maartje en de kat.

 

‘Eruit- nu! Allebei!’

 

In de auto, met de mauwende kat naast zich op de bijrijdersstoel besloot Maartje dat ze nu echt eens op haar werk moest gaan praten over een assertiviteitstraining. Als ze durfde.